Naar de inhoud
eendraadschema-maken.be Naslagwerk

Hoofdstuk 2

Notaties bij een kring en een beveiliging

Naast elke lijn en elke beveiliging staat een korte code. Wie die codes kan lezen, weet zonder de verdeelkast te openen welke kabel er ligt en hoe de kring beveiligd is. Dit hoofdstuk zet ze in tabellen.

SUPCON BV · verschenen op

Detail van twee kringen. Kring G: kabel XVB Cca 3G6 mm², automaat C32A op fase L1, 2P, 3kA, voor een kookplaat. Kring H: kabel XVB Cca 3G2.5 mm², automaat C20A op L2, 2P, 3kA, voor een oven.
Kring G (XVB Cca 3G6 mm², C32A op L1, 2P, 3 kA) en kring H (XVB Cca 3G2.5 mm², C20A op L2, 2P, 3 kA): de kabel langs de lijn, de beveiliging aan de voet.

De kabelnotatie ontleed

Langs elke kring staat de kabel die de automaat met de toestellen verbindt. De volledige aanduiding bestaat uit vier delen: het kabeltype, de brandklasse, het aantal geleiders met een letter en de sectie. Bij kring G in de figuur hierboven staat XVB Cca 3G6 mm², bij kring H XVB Cca 3G2.5 mm². Bij een oudere kabel zonder gekende brandklasse blijven er drie over, zoals XVB 3G2,5 mm².

XVB Cca 3G2,5 mm², deel per deel
DeelVoorbeeldBetekenis
KabeltypeXVBDe soort kabel: hier een mantelkabel.
BrandklasseCcaHoe de kabel zich bij brand gedraagt (Europese klasse).
Aantal geleiders3Drie geleiders in de kabel.
LetterGEén van die geleiders is de groen-gele beschermingsgeleider.
Sectie2,5 mm²De doorsnede van elke geleider.

Op een schema uit software staat de sectie vaak met een punt (3G2.5), met de hand schrijft men in Vlaanderen meestal een komma (3G2,5). Beide betekenen hetzelfde. Wat niet mag ontbreken, is de sectie zelf: een kring zonder sectie zegt niets over de kabel, en dat is een van de eerste dingen die een keurder opmerkt.

Kabeltypes

De types die je op een woningschema het vaakst tegenkomt:

TypeSoortWaar je het ziet
VOBEnkele aders, elk met een eigen isolatieIn buizen, en in de verdeelkast zelf voor de verbindingen van en naar de differentiëlen
XVB, EXVBMantelkabel: geleiders samen in een buitenmantelDe meeste kringen in een woning
XGBGrondkabelIn de grond, bijvoorbeeld naar een tuinhuis of een poort
H07RN-FSoepele rubberkabelVerplaatsbare toepassingen zoals een haspel of een aggregaat

Brandklasse

Na het kabeltype volgt de brandklasse volgens de Europese bouwproductenverordening (CPR). Ze geeft aan hoe een kabel bijdraagt aan een brand. In de praktijk zie je vooral Cca bij mantelkabels zoals XVB en Eca bij enkele aders zoals VOB.

Die klasse staat alleen op kabels van na midden 2017, toen de CPR-markering voor kabels verplicht werd; zij dragen haar op de mantel gedrukt. Bij oudere kabels ontbreekt ze meestal. Noteer dan wat er werkelijk op de mantel staat, bijvoorbeeld XVB 3G2,5 mm², en vermeld dat de klasse onbekend is. Vul nooit een klasse in die je niet kan aflezen of aantonen.

Geleiders: G of x

Het getal voor de letter is het aantal geleiders. De letter zegt of er een beschermingsgeleider bij zit. G betekent dat een van de geleiders groen-geel is en als aarding dient; x betekent dat er geen beschermingsgeleider in de kabel zit.

NotatieGeleidersTypisch voor
3G1,5fase, nul, aardeEen verlichtingskring
3G2,5fase, nul, aardeStopcontacten, wasmachine, oven
3G6fase, nul, aardeEen kookplaat op één fase
5G2,5drie fasen, nul, aardeEen driefasig toestel, zoals een laadpaal
4x10drie fasen en nul, zonder aardeEnkele aders in de kast, tussen hoofdschakelaar en differentiëlen
5G10drie fasen, nul, aardeDe voeding van een onderverdeelbord

De laatste twee regels verdienen uitleg. In de verdeelkast zelf lopen tussen de hoofdschakelaar en de differentiëlen enkele aders voor de drie fasen en de nul. De beschermingsgeleider loopt daar niet mee, want hij gaat nooit door een differentieel. Daarom staat er in het voorbeeld VOB Eca 4×10 mm², zonder G. Een kabel die een onderverdeelbord voedt, draagt wel een beschermingsgeleider, ook als er aan de kop van dat bord een differentieel staat: in het voorbeeld heeft voedingsautomaat AM de kabel XVB Cca 5G10 mm². Een G staat er dus alleen als er werkelijk een groen-gele geleider in de kabel zit.

Op het schema zelf zie je het aantal geleiders nog een tweede keer: als een kleine schuine streep door de lijn met een cijfer ernaast. Bij een kring met 3G2,5 staat daar een 3, bij een laadpaal met 5G2,5 een 5.

Plaatsingswijze

Naast de kabelaanduiding staat vaak een klein teken voor de manier waarop de leiding geplaatst is: in een buis, in of op een wand, ondergronds of als luchtleiding. Die tekens kunnen gecombineerd worden, bijvoorbeeld een buis in een wand. Ze helpen om de sectie te beoordelen, want een kabel in een ingewerkte buis koelt anders af dan een kabel in open lucht.

De voet van de automaat

Aan de voet van elke kring staan twee regels bij de automaat. De bovenste regel geeft de code van de kring, het kaliber met de karakteristiek en de fase; de onderste de polen en het kortsluitvermogen.

G · C32A · L1 en 2P · 3kA
DeelBetekenis
GDe code van de kring.
CDe karakteristiek van de automaat.
32AHet kaliber: de stroom waarvoor de automaat ontworpen is.
L1De fase waarop de kring aangesloten is (enkel bij een driefasige installatie).
2PHet aantal polen dat de automaat onderbreekt.
3kAHet kortsluitvermogen: de grootste kortsluitstroom die de automaat nog onderbreekt.

De fase is nuttig bij een driefasige aansluiting. Ze toont hoe de kringen over L1, L2 en L3 verdeeld zijn, en welke kringen samen uitvallen als er een fase wegvalt. Bij een eenfasige aansluiting laat je ze weg.

Karakteristiek B, C of D

De letter voor het kaliber is de uitschakelkromme. Ze bepaalt hoeveel keer de nominale stroom een automaat kort verdraagt voor hij magnetisch afschakelt, bijvoorbeeld bij het inschakelen van een motor of een groep ledlampen.

LetterGedragGebruik
BSchakelt het snelst af bij een stroompiekLange leidingen, gevoelige toepassingen
CVerdraagt een gewone inschakelpiekDe gangbare keuze in een woning
DVerdraagt een hoge inschakelpiekMotoren en transformatoren met een grote aanloopstroom

Polen

Het aantal polen zegt welke geleiders de beveiliging onderbreekt. Het moet passen bij de kabel: een kring met 3G heeft één fase en een nul, een kring met 5G drie fasen en een nul.

NotatieOnderbreektPast bij
1PEén faseZelden in een woning; de nul blijft dan doorverbonden
1P+NEén fase, met een nul die mee schakeltEen eenfasige kring (3G)
2PFase en nul, allebei beveiligdEen eenfasige kring (3G)
3PDrie fasenEen driefasige kring zonder nul (4G)
3P+NDrie fasen, met een nul die mee schakeltEen driefasige kring met nul (5G)
4PDrie fasen en nulDifferentiëlen en hoofdschakelaars van een driefasige installatie

Een driefasige kring kan niet achter een eenfasig toestel hangen. Staat er een 3P+N-automaat achter een tweepolige differentieel, of een kring met een 5G-kabel achter een 2P-automaat, dan klopt het schema of de installatie niet. Kijk dat na voor je verder tekent.

Kortsluitvermogen in kA

Het getal in kA is het kortsluitvermogen van de beveiliging: de grootste kortsluitstroom die ze nog veilig onderbreekt. In woningen zie je vooral 3 kA, 4,5 kA, 6 kA en 10 kA. Het kortsluitvermogen moet minstens zo groot zijn als de kortsluitstroom die op die plaats kan optreden. Die waarde staat vaak in het titelblok; in het voorbeeld Icc max < 3kA, zodat beveiligingen van 3 kA volstaan. Ligt de verdeelkast dicht bij een zware aansluiting, dan kan een hogere waarde nodig zijn.

Richtwaarden per soort kring

Welke automaat en welke sectie bij een kring horen, hangt af van het toestel, de lengte van de leiding en de plaatsingswijze. Voor een gewone woning gelden deze combinaties als vertrekpunt:

KringAutomaatSectieKabelDifferentieel
Verlichting16 A1,5 mm²3G300 mA
Stopcontacten20 A2,5 mm²3G30 mA
Wasmachine, vaatwasmachine, droogkast20 A2,5 mm²3G30 mA
Oven20 A2,5 mm²3G30 mA
Boiler, elektrische verwarming16 A2,5 mm²3G30 mA
Kookfornuis of kookplaat, eenfasig32 A6 mm²3G30 mA
Laadpaal, eenfasig32 A6 mm²3G30 mA, type volgens de laadpaal

Verlichting in een badkamer of een andere natte ruimte hoort achter 30 mA, net als de andere kringen in die ruimte. De automaat mag nooit zwaarder zijn dan wat de sectie verdraagt: een automaat van 20 A op een kring van 1,5 mm² is een klassieke fout. Een lange leiding of een kabel in een volle buis kan een grotere sectie vragen dan de tabel aangeeft. Het zijn richtwaarden; de installatie en de keurder beslissen.