Naar de inhoud
eendraadschema-maken.be Naslagwerk

Hoofdstuk 3

Differentiëlen en wat eronder hangt

De differentiëlen bepalen hoe een installatie de mensen beschermt die ze gebruiken. Op het eendraadschema zie je welke differentieel boven welke kringen staat, hoe gevoelig hij is en van welk type. Dit hoofdstuk legt uit hoe je dat leest en wat erbij hoort.

SUPCON BV · verschenen op

Wat een differentieel doet

Een automaat let op hoeveel stroom er loopt; een differentieel let op het evenwicht. Neem de keukengroep van het voorbeelddossier: differentieel B met daarachter de kringen G tot M. Zolang alles in orde is, komt elke ampère die via een fase naar de kookplaat of de oven vertrekt, via de nul weer terug, en is de som van de stromen door differentieel B nul. Krijgt de vaatwasmachine op kring I een isolatiefout en vloeit er stroom via haar behuizing naar de beschermingsgeleider, dan ontbreekt dat deel op de terugweg. Wordt dat verschil te groot, ten laatste bij 30 mA, dan schakelt differentieel B af, en met hem de hele keukengroep.

Daaruit volgt de plaats op het schema. Een differentieel staat altijd boven de automaten die hij bewaakt, en hij onderbreekt de fasen en de nul. De beschermingsgeleider gaat er nooit door: net langs die geleider vloeit de lekstroom weg die de differentieel moet opmerken.

Gevoeligheid: 300 mA en 30 mA

De gevoeligheid is de lekstroom waarbij de differentieel afschakelt. Een woning heeft een algemene differentieel van hoogstens 300 mA, waarachter de hele installatie hangt. Een gevoeligere differentieel als algemene, bijvoorbeeld een installatie die volledig achter 30 mA hangt, is strenger en dus niet fout; een differentieel van 500 mA als algemene volstaat niet.

Daaronder komen differentiëlen van 30 mA voor de kringen waar het risico groter is. Voor bijzondere gevallen bestaan er ook differentiëlen van 10 mA. In de figuur hangt differentieel E van 30 mA aan de rail van de algemene differentieel A en voedt hij de stopcontactkringen van de verdieping en de zolder (Z tot AC), plus een reserve-automaat, AE.

Differentieel E, 30 mA type A, 40A 4P 3kA, aan de rail van differentieel A (vervolg van blad 4). Erachter vier stopcontactkringen met kabel XVB Cca 3G2.5 mm² en automaat C20A, 2P, 3kA: Z voor slaapkamer 1 en dressing (punten Z.1 tot Z.6), AA voor slaapkamers 2 en 3, AB voor slaapkamer 4 en de nachthal, AC voor de zolder (AC.1 tot AC.10), en reserve-automaat AE, C16A, 2P, zonder verbruikers.
Differentieel E (30 mA, type A, 40 A, 4P, 3 kA) hangt aan de rail van differentieel A en voedt vier stopcontactkringen, elk C20A, 2P, 3 kA, en reserve AE.

Welke kringen achter 30 mA

Kringen in natte ruimtes en kringen voor bepaalde toestellen horen achter een differentieel van 30 mA. In een woning gaat het om:

  • de badkamer, de douche en andere natte ruimtes;
  • de wasmachine, de vaatwasmachine en de droogkast;
  • het kookfornuis of de kookplaat, de oven en de boiler;
  • elektrische verwarming;
  • kringen met stopcontacten, ook gemengde kringen met stopcontacten en lichtpunten;
  • de laadpaal van een elektrische wagen.

Verlichting in droge ruimtes mag rechtstreeks achter de algemene differentieel. Twijfel je bij een toestel, dan kies je meestal voor 30 mA. Over het geheel beslist de keurder.

Type AC, A, F of B

Naast de gevoeligheid heeft een differentieel een type. Het type zegt welke vorm van lekstroom hij herkent. Moderne toestellen met elektronica kunnen lekstromen veroorzaken die een eenvoudige differentieel niet ziet.

TypeHerkentGebruik
ACEnkel wisselstroomOudere installaties
AWisselstroom en pulserende gelijkstroomDe gangbare keuze in Belgische woningen
FZoals A, plus gemengde frequentiesToestellen met een frequentiesturing, zoals sommige warmtepompen
BZoals F, plus gladde gelijkstroomLaadpalen, omvormers van zonnepanelen en batterijen

Een laadpaal of een omvormer kan een gladde gelijkstroom laten weglekken die een type A niet herkent. Daarom staat zo'n toestel achter een differentieel van type B, tenzij het toestel die gelijkstroom zelf bewaakt. Veel laadpalen hebben die bewaking ingebouwd; dan volstaat een type A. Vermeld in dat geval op het schema of in de specificaties dat het toestel de DC-foutstroom zelf bewaakt, zodat de keurder weet waarom er geen type B staat.

Differentieel G, 30 mA type B, 40A 4P 3kA, met daarachter kring AI: automaat C16A 3P+N 3kA, kabel XVB Cca 5G2.5 mm² naar een laadpaal van 11 kW.
Een laadpaal achter een eigen differentieel G (30 mA, type B, 40 A, 4P, 3 kA), met automaat C16A 3P+N 3 kA en kabel XVB Cca 5G2.5 mm².

Cascade en selectief (type S)

Staat een differentieel van 30 mA achter de algemene van 300 mA, dan spreek je van een cascade. Bij een lekstroom in een keukenkring hoort enkel de differentieel van 30 mA af te schakelen, niet de algemene: anders valt de hele woning zonder stroom voor een fout in één kring.

Daarvoor dient de S naast de algemene differentieel. Een selectieve differentieel wacht een fractie van een seconde voor hij afschakelt, zodat de differentieel van 30 mA eronder de fout eerst kan wegnemen. In het voorbeeld draagt differentieel A die letter: 300mA · Type A · S. Voedt een differentieel zelf andere differentiëlen, dan krijgt hij zo'n S.

Omgekeerd werkt het niet. Hangt een 300 mA onder een 30 mA, dan reageert bij een lekstroom altijd eerst de 30 mA, valt alles daarachter weg en komt de 300 mA nooit aan de beurt. Van de aansluiting naar de kringen toe daalt de waarde in mA dus, en nooit andersom.

Hoeveel automaten achter één differentieel

Elk toestel lekt een beetje stroom, ook als het in orde is. Hoe meer kringen achter dezelfde differentieel van 30 mA, hoe groter de kans dat die kleine lekstromen samen tot een onverwachte uitschakeling leiden. Reken op hoogstens acht automaten per groep van 30 mA. Heb je er meer nodig, verdeel ze dan over een extra differentieel. In de eerste figuur van dit hoofdstuk staan er vijf achter differentieel E, de reserve meegeteld: ook die kan later een kring dragen.

Verdeel de kringen ook met het oog op het gebruik: zet de koelkast en de diepvriezer bij voorkeur niet achter dezelfde differentieel als de buitenstopcontacten. Valt die differentieel uit door vocht buiten, dan blijven de koeltoestellen werken.

De differentieelautomaat

Een differentieelautomaat combineert een automaat en een differentieel in één toestel. Hij beschermt één kring, zowel tegen overbelasting als tegen lekstroom. Op het schema staat hij aan de voet van die kring met beide gegevens: het kaliber en de karakteristiek, en de gevoeligheid en het type. Voor die kring telt hij als de differentieel. Is hij zelf 30 mA, dan hoeft de kring dus niet nog eens onder een groep van 30 mA te hangen; met een grotere waarde vervangt hij die groep niet. Achter de algemene differentieel staat hij wel.

Hoe je een differentieel noteert

Bij elke differentieel horen op het schema deze gegevens:

Diff B · 30mA · Type A · 40A · 4P · 3kA · VOB Eca 4×10 mm²
GegevenVoorbeeld
CodeDiff B
Gevoeligheid30 mA
Type, en S als hij selectief isType A
Nominale stroom40 A
Polen4P
Kortsluitvermogen3 kA
Verbinding in de kastVOB Eca 4×10 mm²

De nominale stroom van een differentieel is de stroom die hij continu mag voeren, niet de stroom waarbij hij afschakelt. Hij moet passen bij wat erachter hangt en bij de beveiliging ervoor.