Druk deze pagina af en leg ze naast het schema, of loop ze op het scherm af. Een punt dat niet klopt,
vind je meestal terug in hoofdstuk 6, met de oorzaak en het herstel.
Links op het eerste blad
| Nr | Nazien | Uitleg |
| N1 | De aansluiting staat erop: netbeheerder, teller en de beveiliging van de aansluiting met kaliber en polen. | Hoofdstuk 1 |
| N2 | De kabel van de aansluiting naar de kast heeft type, geleiders en sectie, en de brandklasse als die gekend is. | Hoofdstuk 2 |
| N3 | Aardverbinding en hoofdequipotentiale verbinding zijn getekend, elk met hun sectie. | Hoofdstuk 1 |
| N4 | Je ziet waar de installatie in één beweging uitgaat: de hoofdschakelaar, of de algemene differentieel die die rol heeft. | Hoofdstuk 1 |
Op de voedingsrail
| Nr | Nazien | Uitleg |
| N5 | Bovenaan hangt een algemene differentieel van hoogstens 300 mA, en geen enkele kring loopt eromheen. | Hoofdstuk 3 |
| N6 | Bij elke differentieel staan code, gevoeligheid, type, nominale stroom, polen en kortsluitvermogen. | Hoofdstuk 3 |
| N7 | Elke differentieel die er andere voedt, draagt een S. | Hoofdstuk 3 |
| N8 | Volg je een tak van de aansluiting naar de kringen, dan wordt de waarde in mA nergens groter. | Hoofdstuk 3 |
| N9 | De kringen uit de lijst van hoofdstuk 3, zoals natte ruimtes, wasmachine en stopcontacten, hangen achter 30 mA. | Hoofdstuk 3 |
| N10 | Boven een laadpaal of omvormer staat een type B, of de vermelding dat het toestel de DC-foutstroom zelf bewaakt. | Hoofdstuk 3 |
| N11 | Geen groep van 30 mA telt meer dan acht automaten. | Hoofdstuk 3 |
Aan de voet van elke kring
| Nr | Nazien | Uitleg |
| N12 | Elke automaat heeft een kaliber met karakteristiek, polen en een kortsluitvermogen. | Hoofdstuk 2 |
| N13 | Het kortsluitvermogen haalt minstens de Icc max uit het titelblok. | Hoofdstuk 2 |
| N14 | Geen automaat is zwaarder dan de sectie van zijn kring toelaat. | Hoofdstuk 2 |
| N15 | Polen en kabel horen bij elkaar: 3G bij een eenfasige automaat, 5G bij een driefasige met nul. | Hoofdstuk 2 |
| N16 | In een driefasige installatie staat bij elke eenfasige kring L1, L2 of L3. | Hoofdstuk 2 |
| N17 | Relais, transformatoren, busvoedingen en domoticamodules vertrekken elk achter een automaat. | Hoofdstuk 6 |
| N18 | Ook de reserve-automaten staan erop, met kaliber en polen. | Hoofdstuk 4 |
Langs de kringlijnen
| Nr | Nazien | Uitleg |
| N19 | Bij elke kringlijn staat de kabel: type, geleiders met G of x, sectie, en de brandklasse als die gekend is. | Hoofdstuk 2 |
| N20 | Elke kring heeft een letter die nergens anders in het dossier terugkomt, en een naam die zegt wat hij voedt. | Hoofdstuk 5 |
| N21 | Binnen een kring komt elk puntnummer één keer voor. | Hoofdstuk 5 |
| N22 | Schakelt een drukknop of schakelaar iets op een andere kring, dan loopt dat via een relais of contactor, met een verwijzing zoals → IR1. | Hoofdstuk 5 |
Aan de rand van elk blad
| Nr | Nazien | Uitleg |
| N23 | Het titelblok vermeldt wie het schema opstelde, voor welke installatie, op welke datum, en welk blad het is. | Hoofdstuk 1 |
| N24 | Loopt de rail door, dan wijst een pijl naar het volgende blad, en dat blad begint met een verwijzing terug. | Hoofdstuk 1 |
| N25 | Een onderverdeelbord heeft een eigen deel; op het hoofdbord staan zijn voedingsautomaat en kabel. | Hoofdstuk 1 |
| N26 | Afgedrukt blijft alles leesbaar: geen opschrift valt over een lijn of een symbool. | Hoofdstuk 1 |
Naast het schema
| Nr | Nazien | Uitleg |
| N27 | Wie de kast opent, vindt bij elke automaat de letter terug die op het blad staat. | Hoofdstuk 5 |
| N28 | Met het situatieschema ernaast ontbreekt geen enkele puntcode, aan de ene noch aan de andere kant. | Hoofdstuk 5 |
Na het nazicht
Is elk punt in orde, dan gaat het schema samen met het situatieschema naar het dossier. De metingen,
zoals de aardingsweerstand (in een woning gewoonlijk hoogstens 30 Ω), de isolatie en de werking van
de differentiëlen, gebeuren bij de keuring zelf en komen in het verslag, niet op het schema.
De keurder beoordeelt de installatie en het dossier. Dit nazicht is een hulpmiddel om je schema na
te lopen, geen garantie op een positief verslag.