Naar de inhoud
eendraadschema-maken.be Naslagwerk

Hoofdstuk 7

Nazicht, blad per blad

28 controlepunten, geordend zoals je over een blad gaat: eerst links de aansluiting, dan de rail, de voet van de kringen, de kringlijnen, de rand van het blad en ten slotte wat naast het schema ligt. Bij elk punt staat waar het uitgelegd wordt. Het nazicht helpt je niets over het hoofd te zien; over de conformiteit van de installatie beslist de keurder.

SUPCON BV · herzien op

Druk deze pagina af en leg ze naast het schema, of loop ze op het scherm af. Een punt dat niet klopt, vind je meestal terug in hoofdstuk 6, met de oorzaak en het herstel.

NrNazienUitleg
N1 De aansluiting staat erop: netbeheerder, teller en de beveiliging van de aansluiting met kaliber en polen. Hoofdstuk 1
N2 De kabel van de aansluiting naar de kast heeft type, geleiders en sectie, en de brandklasse als die gekend is. Hoofdstuk 2
N3 Aardverbinding en hoofdequipotentiale verbinding zijn getekend, elk met hun sectie. Hoofdstuk 1
N4 Je ziet waar de installatie in één beweging uitgaat: de hoofdschakelaar, of de algemene differentieel die die rol heeft. Hoofdstuk 1

Op de voedingsrail

NrNazienUitleg
N5 Bovenaan hangt een algemene differentieel van hoogstens 300 mA, en geen enkele kring loopt eromheen. Hoofdstuk 3
N6 Bij elke differentieel staan code, gevoeligheid, type, nominale stroom, polen en kortsluitvermogen. Hoofdstuk 3
N7 Elke differentieel die er andere voedt, draagt een S. Hoofdstuk 3
N8 Volg je een tak van de aansluiting naar de kringen, dan wordt de waarde in mA nergens groter. Hoofdstuk 3
N9 De kringen uit de lijst van hoofdstuk 3, zoals natte ruimtes, wasmachine en stopcontacten, hangen achter 30 mA. Hoofdstuk 3
N10 Boven een laadpaal of omvormer staat een type B, of de vermelding dat het toestel de DC-foutstroom zelf bewaakt. Hoofdstuk 3
N11 Geen groep van 30 mA telt meer dan acht automaten. Hoofdstuk 3

Aan de voet van elke kring

NrNazienUitleg
N12 Elke automaat heeft een kaliber met karakteristiek, polen en een kortsluitvermogen. Hoofdstuk 2
N13 Het kortsluitvermogen haalt minstens de Icc max uit het titelblok. Hoofdstuk 2
N14 Geen automaat is zwaarder dan de sectie van zijn kring toelaat. Hoofdstuk 2
N15 Polen en kabel horen bij elkaar: 3G bij een eenfasige automaat, 5G bij een driefasige met nul. Hoofdstuk 2
N16 In een driefasige installatie staat bij elke eenfasige kring L1, L2 of L3. Hoofdstuk 2
N17 Relais, transformatoren, busvoedingen en domoticamodules vertrekken elk achter een automaat. Hoofdstuk 6
N18 Ook de reserve-automaten staan erop, met kaliber en polen. Hoofdstuk 4

Langs de kringlijnen

NrNazienUitleg
N19 Bij elke kringlijn staat de kabel: type, geleiders met G of x, sectie, en de brandklasse als die gekend is. Hoofdstuk 2
N20 Elke kring heeft een letter die nergens anders in het dossier terugkomt, en een naam die zegt wat hij voedt. Hoofdstuk 5
N21 Binnen een kring komt elk puntnummer één keer voor. Hoofdstuk 5
N22 Schakelt een drukknop of schakelaar iets op een andere kring, dan loopt dat via een relais of contactor, met een verwijzing zoals → IR1. Hoofdstuk 5

Aan de rand van elk blad

NrNazienUitleg
N23 Het titelblok vermeldt wie het schema opstelde, voor welke installatie, op welke datum, en welk blad het is. Hoofdstuk 1
N24 Loopt de rail door, dan wijst een pijl naar het volgende blad, en dat blad begint met een verwijzing terug. Hoofdstuk 1
N25 Een onderverdeelbord heeft een eigen deel; op het hoofdbord staan zijn voedingsautomaat en kabel. Hoofdstuk 1
N26 Afgedrukt blijft alles leesbaar: geen opschrift valt over een lijn of een symbool. Hoofdstuk 1

Naast het schema

NrNazienUitleg
N27 Wie de kast opent, vindt bij elke automaat de letter terug die op het blad staat. Hoofdstuk 5
N28 Met het situatieschema ernaast ontbreekt geen enkele puntcode, aan de ene noch aan de andere kant. Hoofdstuk 5

Na het nazicht

Is elk punt in orde, dan gaat het schema samen met het situatieschema naar het dossier. De metingen, zoals de aardingsweerstand (in een woning gewoonlijk hoogstens 30 Ω), de isolatie en de werking van de differentiëlen, gebeuren bij de keuring zelf en komen in het verslag, niet op het schema.

De keurder beoordeelt de installatie en het dossier. Dit nazicht is een hulpmiddel om je schema na te lopen, geen garantie op een positief verslag.